Verhuisbericht

Voortaan blog ik op bartstarreveld.volkskrantblog.nl...

Donderdag 17 april 2008 – 'De weg'

Als er wordt gezegd: ga de weg van de juiste ‘kijk’ op de dingen, kijk op het juiste toneel, en ontwikkel op die weg de juiste gezindheid, spreek de juiste taal en zo verder, dan zegt het woord ‘juist’ heel veel. Er zit de betekenis van het woord ‘onthouding’ in: doe een heleboel dingen niet. Laat met andere woorden een heel scala aan wegen links liggen, ga er niet op.

Het doet denken aan het woord ‘abstinentie’. En dat is een samenstelling van ‘abs’ en ‘teneo’. Het eerste woord zegt: ‘Verwijder je uit de buurt van...’ ‘Teneo’ is ‘houden’, ‘vasthouden’, ‘onderhouden’. Abstinentie wil zeggen: Houd je er verre van om de onjuiste kijk op de dingen te hebben, houd je er verre van om de onjuiste gezindheid te hebben. Want op de niet-juiste wegen verdwaal je, daar verspil je op onnodige manier je energie. De enige weg is De Weg, alleen daarop is het goed te gaan. De andere wegen zijn uiteindelijk niet De Weg.

Maak je van binnen leeg van die dingen, hecht er niet aan. Binnen in je huizen veel gedachten en gevoelens die niet het karakter hebben van ‘zijn’, die niet geaard zijn in ‘hier en nu’. En die dingen zijn niet-juist, ernaast. Alleen wat ‘hier en nu’ is, is goed en juist. Mijn geschiedenis begint in ‘hier en nu’ en hoort daarin te blijven.

Niets is dan meer vast – van binnen althans. Alles wordt anders. Wat er niet ‘is’, moet je niet noemen of bedenken. Niets weet je meer apriori. En alleen als ‘hier en nu’ niet te verdragen is, ga je eruit weg, naar de tweede en de derde gedachte. Maar op een dergelijke manier kun je niet marchanderen met ‘hier en nu’.

Ik merk dat ik het niet goed kan zeggen.

Alleen in de sensibility is het leven gegeven. ‘Sense’ wordt geboren in ‘sensibility’. Alleen ‘sensibility’ ontstaat in het hier en nu, en andersom. Als de beweging anders gaat, bijvoorbeeld van de tweede of de derde gedachte, dan is de volgorde verkeerd. De gedachte kan niet ‘hier en nu’ geven. Het is altijd het beste om sensibility uit te staan, te dragen. ‘Sense’ (verstand, wijsheid) ziet wat er is, ‘sensibility’ (ervaring, emotie) gaat voor wat er zijn zal.

Dinsdag 15 april 2008 - Rachel Naomi Remen: 'Just listen...'

Onlangs heb ik een indrukwekkend artikel gelezen over de redenen waarom kinderen die geboren worden met een hoor- of kijk-handicap zich zo moeilijk ontwikkelen soms. Elementaire vormen van contact en dus van ontwikkeling of groei komen niet tot stand. In het onderstaande krijg je citaten van de Amerikaanse medicus Rachel Remen. Om mee te beginnen maar meteen een bijzonder citaat: 'I think the most powerful intervention that I make is that I trust the process of life. Even when it includes suffering, loss and death'.

‘The most basic and powerful way to connect to another person is to listen. Just listen. Perhaps the most important thing we ever give each other is our attention…. A loving silence often has far more power to heal and to connect than the most well-intentioned words.’

‘When you listen, the integrity and wholeness in others moves closer.Your attention strengthens it . . . In your presence, they can more easily inhabit that in them which is beyond their limitations.’

Be generous with your listening. Listening is a way of honoring others. When we truly listen we give the message: ‘You are of value’.

‘We have not been raised to cultivate a sense of Mystery. We may even see the unknown as an insult to our competence, a personal failing. Seen this way, the unknown becomes a challenge to action. But Mystery does not require action; Mystery requires our attention. Mystery requires that we listen and become open. When we meet with the unknown in this way, we can be touched by a wisdom that can transform our lives.’

‘When we haven't the time to listen to each other's stories we seek out experts to tell us how to live. The less time we spend together at the kitchen table, the more how-to books appear in the stores and on our bookshelves. But reading such books is a very different thing than listening to someone' s lived experience. Because we have stopped listening to each other we may even have forgotten how to listen, stopped learning how to recognize meaning and fill ourselves from the ordinary events of our lives. We have become solitary; readers and watchers rather than sharers and participants.’

‘Few of us are truly free. Money, fame, power, sexuality, admiration, youth; whatever we are attached to will enslave us, and often we serve these masters unaware. Many of the things that enslave us will limit our ability to live fully and deeply. They will cause us to suffer needlessly. The promised land may be many things to many people. For some it is perfect health and for others freedom from hunger or fear, or discrimination, or injustice. But perhaps on the deepest level the promised land is the same for us all, the capacity to know and live by the innate goodness in us, to serve and belong to one another and to life.’

‘In some basic way, it is our imperfections and even our pain that draws others close to us.’

‘We are all more than we know. Wholeness is never lost, it is only forgotten. Integrity rarely means that we need to add something to ourselves; it is more an undoing than a doing, a freeing ourselves from beliefs we have about who we are and ways we have been persuaded to "fix" ourselves to know who we genuinely are. Even after many years of seeing, thinking, and living one way, we are able to reach past all that to claim our integrity and live in a way we may never have expected to live.’

‘To seek approval is to have no resting place, no sanctuary. Like all judgment, approval encourages a constant striving. It makes us uncertain of who we are and of our true value. Approval cannot be trusted. It can be withdrawn at any time no matter what our track record has been. It is as nourishing of real growth as cotton candy. Yet many of us spend our lives pursuing it.’

Rachel Naomi Remen says: "Listening is the oldest and perhaps the most powerful tool of healing. It is often through the quality of our listening and not the wisdom of our words that we are able to affect the most profound changes in the people around us. When we listen we offer sanctuary for the homeless parts within the other person. That which has been denied, unloved, devalued by themselves and others. That which is hidden. When you listen generously to people, they can hear the truth in themselves often for the first time."

‘What we teach the students is something very simple. We teach them the power of their presence, of simply being there and listening and witnessing another person and caring about another person's loss, letting it matter. Letting it matter.’

‘Most people have come to prefer certain of life’s experiences and deny and reject others, unaware of the value of the hidden things that may come wrapped in plain and even ugly paper. In avoiding all pain and seeking comfort at all costs, we may be left without intimacy or compassion; in rejecting change and risk we often cheat ourselves of the quest; in denying our suffering we may never know our strength or our greatness.’

‘Most of us lead far more meaningful lives than we know. Often finding meaning is not about doing things differently; it is about seeing familiar things in new ways. When we find new eyes, the unsuspected blessing in work we have done for many years may take us completely by surprise. We can see life in many ways: with the eye, with the mind, with the intuition. But perhaps it is only by those who speak the language of meaning, who have remembered how to see with the heart, that life is ever deeply known or served.’

‘I have even learned to respond to someone crying by just listening. In the old days I used to reach for the tissues, until I realized that passing a person a tissue may be just another way to shut them down, to take them out of their experience of sadness and grief. Now I just listen. When they have cried all they need to cry, they find me there with them.’

Maandag 14 april 2008 – Zen: 'Don't think. Look!'

Je bent alleen maar en helemaal wat je doet. Alleen maar je daden vullen je leven, maken de ‘substantie’ ervan uit, helemaal, tot de rand.

Je kunt maar één ding per keer doen, zoals je maar één ding per keer kunt denken, steeds opnieuw en steeds weer.

En doen komt alleen van kiezen (calamiteiten daargelaten). En dus is eigenlijk: je bent alleen maar en helemaal en eigenlijk wat je kiest, wat je beslist.

En wat je doet, dat dóet iets met je en met je omgeving. Het maakt verschil wat je doet. En alleen maar wat je dóet maakt verschil, betekent iets, wordt een symbool, een verwijzing naar een keuze.

Gedáchten, ja, gedáchten. Gedachten, waar zijn die van gemaakt? (denk eens even aan de tweede en derde ‘nen’ waar Zen het over heeft). Gedachten brengen je tot daden en daarom zijn ze riskant. De volgorde moet daarom zijn: juist kijken (eerste ‘nen’?!), juiste gezindheid en dan verder: juist spreken, juist handelen, juist levensonderhoud, en dan: juiste inspanning, juiste opmerkzaamheid, juiste concentratie, verzinking, ‘het erbij laten’.

Het begint dus, wil ik maar zeggen, met de vraag of je bij de eerste ‘nen’ blijft, of dat je gaat zweven. De eerste ‘nen’, dat is: kijken en ervaren, alleen maar ervaren, ‘er zijn’, ‘er bij zijn’. In het rijtje van acht komt ‘de juiste gedachte’ helemaal niet voor, want een gedachte is een onding eigenlijk. Dromerij, fantasie, mentale teistering meestal.

Citaatje: ‘Cho nen Kanzeon: Cho is “morning.” Nen is an important word. It means “mind,” or individual consciousness, or our conscious thought. This phrase has the meaning of, “in the morning put your thought on Kanzeon.” That is, put your undistracted thought on Kanzeon, or evoke Kanzeon. Bring Kanzeon to life. Don’t neglect Kanzeon. Nen is like the conscious thought of this moment. There are different kinds or degrees of nen. There is the nen of this moment and there is the nen, which takes a step back and contemplates. The first nen is one with activity, without reflection, just direct perception. The second nen is when we reflect on something and try to identify it by thought or think about it. And the third nen is taking another step back and developing what the second nen has thought about the first nen. All these nen thoughts are important, but when we sit zazen, we are concentrated in the first nen, just direct perception moment by moment. So in the morning, just let your nen thought become completely with Kanzeon.’

Nog één: ‘The word nen, which has no equivlent in English, means either a unit of thought or a steadily willed activity of mind. Zen theory sees the activity of consciousness as a contiuous interplay between a sequence of nen. Thus, the first nen always acts intuitively and performs a direct, pure cognition of the object. The second nen immediately follows the first and makes the first its object of reflection. By this means, one becomes conscious of one’s own thoughts. The successively appearing secondary nen integrate and synthesize preceding nen into a continuous stream of thought. It is these nen which are the basis of self-consciousness and ego-activity. The integrating, synthesizing action of consciousness is the third nen. Reasoning, introspection and so forth come from the third nen. But this third nen, clouded by its ego centered activity, often argues falsely and draws mistaken conclusions… Zazen practice, when it leads to absolute samadhi, cuts off delusive thoughts. The activity of the second and third nen ceases, and gradually, through constant practice, the first nen is freed to perform its inherently pure and direct cognition. Each nen is accompanied by internal pressure, which remains behind and affects the ensuing thoughts. So causation here represents the effect of each nen-thought on the next. It is not so much the actions of killing, stealing, wronging others, and so on that give rise to evil karma as it is the delusions of the nen-thought, which thinks of killing stealing, or wronging others.’ (Katsuki Sekida: Two Zen Classics (Boston, Shambhala Publications 2005), pp 32-33)

Waarom is het zo ontzettend belangrijk voor me? Omdat ik – zij het slechts voor luttele seconden – gevoeld heb tot in mijn botten wat het is om ‘te ‘zijn’, met ziel en lichaam. Zoals de Ierse dichter W.B. Yeats (1865-1939) ook ooit maar één nacht... En dat besef is voor mij net zo belangrijk als de lucht die ik adem. Met die ervaring bouwt een kind zijn identiteit op, met die ervaring wordt een kind een mens.

Het onherstelbare en niet te peilen gemis aan liefde, aan lijfelijke, totale toewijding, waardoor je de moed krijgt om te leven. Zónder dat zul je altijd ongeborgen, ‘unheimisch’ bestaan. Praatjes en woorden en matige gebaren voldoen niet. Het is altijd nodig om elkaar moed te geven om te ‘zijn’, om te leven. En die moed kun je elkaar alleen geven door er helemaal, maar heel je hart, met heel je verstand, met heel je lijf zo dichtbij mogelijk te zijn.

Zondag 13 april 2008 – Dr. Kick Bras: 'Nou, mens, je weet wat je te doen staat...'

Deze blog heeft als aanleiding de woorden van Kick Bras over 'de wil van God'. Vooral de uitspraak 'Het hoogste mag het meeste van ons vragen'. Daar moet ik alsmaar over peinzen en ik begrijp het ook wel, maar toch. Waar kom ik dan in aanraking met 'het hoogste'? Wat is überhaupt het hoogste in mijn leven? Wat vraagt in mijn leven het meeste? Hoe verneem ik dat? Allemaal belangrijke religieuze dingen. En ik doe nu net of het alleen maar vragen zijn, maar ik kan echt wel antwoorden geven. Maar Bras zegt hetzelfde als Bart. Dus luister maar eens naar hem. Beluister (let op als je dit aanzet: het geluid direct zachter zetten, want de NCRV heeft het hard opgenomen) Woord op Zondag van zondag 13 april.

God kan van ons het hoogste en het uiterste vragen. In Gethsemané zegt Jezus: ‘Uw wil geschiede’. Hij kent overgave aan de wil van zijn Vader, met wie hij één van zin is. Hij wéét wat er moet gebeuren, wat Hem te doen staat. Het hoogste mag het meeste van ons vragen. Jezus spreekt over ‘de wil van mijn Vader’, heel intiem, iets wat van binnenuit komt.

We leven in disharmonie met ons eigen diepste willen: er zijn vaak twee willen in onze borst. Soms kunnen mensen deze onduidelijkheid niet aan. Daarom onderwerpen we ons graag aan ‘ander’ gezag. Dan hoef je niet meer zelf na te denken of zelf beslissingen te nemen. En er zijn altijd mensen, gezags-dragers, die die rol graag aannemen, die graag anderen de weg wijzen.

Laat uw wil gedaan worden, aan die uitspraak mag je geen autoritaire uitleg geven. Niet op die manier. Het is een gebed voor mondige mensen, ‘zonen en dochters van de Vader’. Mensen die een vertrouwelijke en verantwoordelijke levenswijze hebben.

Daarom geen godsbeelden die ons onmondig en angstig maken, die moet je doorzien en verwerpen, omdat die de lat te hoog leggen voor ons.

Micha 6: 1 Hoort toch wat de HERE zegt: Sta op, treed als aanklager op ten aanhoren van de bergen, en laat de heuvelen uw stem vernemen. 2 Hoort, gij bergen, de aanklacht des HEREN, ook gij, onwrikbare grondvesten der aarde. Want de HERE heeft een aanklacht tegen zijn volk, en met Israël wil Hij een rechtsgeding aangaan.
3 Mijn volk, wat heb Ik u aangedaan en waarmede heb Ik u vermoeid? Getuig tegen Mij! 4 Immers heb Ik u gevoerd uit het land Egypte en uit het slavenhuis heb Ik u verlost, en Ik zond voor u heen Mozes, Aäron en Mirjam. 5 Mijn volk, gedenk toch wat Balak, de koning van Moab, beraamde en wat Bileam, de zoon van Beor, hem antwoordde – van Sittim tot Gilgal, opdat gij het volle recht des HEREN moogt erkennen.
6 Waarmede zal ik de HERE tegemoet treden en mij buigen voor God in den hoge? Zal ik Hem tegemoet treden met brandofferen, met éénjarige kalveren? 7 Zal de HERE welgevallen hebben aan duizenden rammen, aan tienduizenden oliebeken? Zal ik mijn eerstgeborene geven voor mijn overtreding, de vrucht van mijn schoot voor de zonde mijner ziel? 8 Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is en wat de HERE van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God.

In het boekje Micha lees je: Ik heb jullie naar de vrijheid geleid, zegt God. (Wat wil je nou nóg meer? Waarom aanvaard je je vrijheid niet? Waarom heb je liever te doen met weet ik welke 'hoge machten' die een slaaf van je maken? Waarom geloof je alleen maar in 'voor wat hoort wat'? Denk zélf!) Het volk was in zijn denken overgeleverd aan de heidense, autoritaire goden. Het volk moest hoge offers betalen. Dus vragen ze aan Micha: ‘Hoe moeten we God verzoenen? Moeten we hem misschien ons ultieme offer brengen?’
Zoiets wil God niet. Ze hebben hun godsbeelden laten invullen met heidense goden. Daardoor zijn ze verward en onzeker geworden. Wat wil God eigenlijk van hen?
Dan zegt Micha: (hoogtepunt uit de bijbel) Er is jou gezegd mens wat goed is... Als je eerlijk bent weet je het zelf wel. Er wordt een beroep gedaan op de mondigheid van de mens. Mondigheid heeft iets van waardigheid, zelf inzien.

Wat het dan is: recht doen, trouw betrachten en nederig de weg gaan van je God.
Recht doen is wederzijds. Je leeft met elkaars noden en belangen, met solidariteit, verbondenheid. Iets anders dan ‘tot je recht komen’. ‘Laat uw wil gedaan worden’ betekent ‘Help ons om elkaar recht te doen’. De lat een beetje hoog leggen, niet uit angst of om jezelf op te offeren, maar uit liefde.

Trouw betrachten. ‘Chesed’ lief te hebben. ‘Chesed’, moeilijk te vertalen, vriendschap, is niet alleen iets tussen vrienden, duurzame goedheid, je bent goed voor elkaar, niet als gril maar duurzaam. Betrouwbaar, je bent er niet alleen als het gezellig is, maar ook als het moeilijk is. Maar omdat je ‘chesed’ liefhebt, het komt uit een warm hart. Niet kil en hoogmoedig, nederig wandelen met God.

Wandelen. Vertrouwelijke omgang met God. Dat is de wil van de vader. Wat wil God? Hij wil met ons wandelen. En al wandelend wijst Hij ons op onze taak. Nederig, met een eenvoudig hart. Aan Gods rechterhand wandelt Jezus, aan zijn linkerhand wandelen wij. Al wandelend rijst er een groot verlangen in ons op. Dat nu al de hemel op de aarde mag zijn.

‘Nou, mens, je weet wat je te doen staat’.

Woord op Zondag, 13 april 2008
‘Laat uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel’

Liturgie:
Orgelspel
Inleiding
Psalm 146: 4,5: Zing, mijn ziel, voor God uw Here
Schriftlezing: Micha 6: 6-8
Uit: Zingend Geloven 5 nr. 80: Wat vraagt de Heer
Overdenking
Orgelspel
Gebed
Gezang 48: 1,4: O onze Vader, trouwe Heer
Orgelspel

Vrijdag 11 april 2008 – 'I began to find my voice...'

Stel je voor dat je zo vrij zou kunnen en mogen denken en zijn als de hemel open en blauw is. Dat je steeds opnieuw beginnend mag leven. Gewoon gaan, waar het kan en mag. Wat houdt ons toch zo schimmig vast? Dat de zwaarte van wat geweest is, mag verdwijnen omdat je opnieuw mag beginnen. Omdat dat wat geweest is niet hóefde, omdat het in ieder geval niet hoeft te worden geprolongeerd. Dat je je mag wenden in het licht en de warmte van de zon. Stel je toch eens voor, dat je er alleen maar zou zijn om er te zijn. Gewoon er alleen maar zijn en goede en blijde dingen doen. En dat je zou praten uit en over wat er is.

I never thought it would happen to me either...
Until one day
for some reason
these things I’d subconsciously been hiding
started to rise to the surface when I kissed her –
and a long overdue series of changes began to occur
I tossed in my marriage
I began to find my voice
I began to be happy
I threw away my pills

and I fell in love for the first time.
(Cherie Aitken)

Weet je wat ik nou niet snap? Dat mensen zo raar reageren als je vraagt: ‘Wat vind je ervan als iemand de weg van zijn hart volgt?’. Het idee alleen al. Mensen trekken zich bij het horen van die vraag onmiddellijk terug in gecalculeer, in lasten en baten. Of gewoon, vlak gemoraliseer. ‘Ja, maar er is toch...?’ ‘Ja, maar moet je niet...?’ Dat soort verhalen.
Soms denk ik: ik stop ermee. Ik praat er niet meer over. En ik ga het al helemaal niet meer aan iemand anders uitleggen. Die ervaring heb ik toch al. Veel dingen – veel dingen kun je niet kwijt. Die moet je voor je houden. Maar daar zit een gevaar aan, namelijk dat je een privé-taal gaat ontwikkelen, net als de andere verstandelijk gehandicapten. En dan ben je weer zielig.
Wat is de status van het hart in het huidige neoliberale economische jargon? Het hart fluistert zacht en lief, zó zacht en zó teer – beláchelijk gewoon, zó ‘niets’. Nee, dan de ‘men’-taal, het gekrijs over euro’s en dollars, fraai welluidend vervreemdend gedoe.
Als je vraagt: ‘Wat vind je ervan: Hij volgt zijn hart...’, dan beginnen de mensen soms meelijdend te kijken naar je. En zelf twijfel je: ik heb niets anders dan mijn innerlijke stem, niks geen bovennatuurlijke stem. Ja, je hebt de heilige boeken die me voorschrijven wat er gebeuren moet. Maar aan die boeken kan ik niks vragen. Ik kan wel kijken of de boeken zo goed zijn dat mijn vraag erin staat. Maar ik moet het zelf maar uitzoeken. Met mijn vraag blijf ik in de meeste gevallen zitten. Een beslissing kan ik niet nemen, want ik weet niet of het wel ‘goed’ is wat ik doe. Maar het is in ieder geval niet goed als je naar de stem van binnen luistert. En waarom dan niet? Tja, het hart is zo arglistig en zo wispelturig... zeggen ze dan. Ze, dat zijn dan de mensen die po een of andere manier wel de gang van het leven hebben.

Het beste is het om elke dag te leren , te oefenen met luisteren, te oefenen met je afwenden van de herrie van de anderen. Soms moet je trouwens heel goed luisteren, als de ander in nood of moeilijkheden is. Goed luisteren. Maar elke dag is het goed om een half uur te zwijgen, stil te worden, de dingen om je heen weg te laten vallen, alleen maar stil zijn, zó stil, dat je gaat vernemen wat er is in jou. Als je dat verneemt, kondigt zich de stem van het hart aan.

En die alleen kan je leiden. Ik weet gewoon niks beters.
En de stem van het hart heeft me gehoorzaam gemaakt, gehoorzaam voor en aan de stem van de ander, de echte stem van de ander, de stilte van de ander. Pas als ik de stilte van de ander hoor, kan ik liefhebben.
Het is zo moeilijk. Zo moeilijk om alleen maar ‘mij’ te zijn en om alleen te luisteren en te kijken naar mijn weg. Die me brengt tot jouw weg...
Het is duizendmaal makkelijker om te doen wat ze allemaal doen.

Donderdag 10 april 2008 - 'Dragen'

'There is a tale told of a Chinese sage, a wise man with great zest for life and for the countless adventures that life served up. We could say that he was in love with life no matter what. He wasn’t happy because he didn’t know any better; he was well acquainted with pain and loss and the sure knowledge that one day he would die. He wasn’t anxious about what was to come – good or ill; nor was he euphoric when days simply blossomed. He just opened his heart to the mixed and glorious bag of what he experienced as it happened. He was widely loved and admired for his kindness, his good humor, and his wisdom. There was just one habit of his that folks found curious, in fact downright strange. He rode his mule backwards.
His friends asked him outright, “Why is it that you seem to have life so together, but you ride your mule backwards?” His response was always the same: “It makes no difference where you are going. Where you are going is not important. It is what you do along the way that makes all the difference.”
This gave folks cause to wonder about their own approach to life, focused as they were on what lay ahead. So they asked him, “How then should we respond to life?”
His answer came naturally: “Don’t become proud over what seems to be your triumphs; don’t become despondent over what you might call tragedies. The flux of life holds joy and sadness, celebration and suffering; everything that happens to you is simply a way to shape your character. When you go through times of hardship, you will benefit as much as when you know fortune. Cooperate with whatever happens to you, that you might grow in strength of character.'
(Gelezen in 'The resilient spirit', door Polly Young-Eisendrath, p. 5 en 6)

Op het moment van sterven worden de beslissingen licht. Op dat moment is het leven helemaal gereduceerd tot zijn eenvoudigste eenvoud. Tot ademen en niet-ademen. Tot leven van de ene ademhaling naar leven van de volgende ademhaling.

In het leven zelf doen zich ook van die momenten voor, waarop leven gereduceerd wordt tot kiezen. Gereduceerd. Je kunt dan alleen maar ‘zijn’ zoals het dan ‘hier en nu’ is.

Ik ben trouwens wel aan het genezen van het bijbelse idee dat mens-zijn ‘twee-zaam’ is. Ik begin in elk geval te vermoeden hoe ontzettend moeilijk dat is.

Het enige dat echt telt, dat is dat ik gewoon mijzelf ben en accepteer wat er is. Mijn gevoelens en verlangens zijn belangrijk, maar uiteindelijk telt alleen dat wat er is. Ongeacht wat de anderen ervan vinden of zeggen. Zo zal ik zijn, onafhankelijk van jou. Jij zult ook vrij moeten worden, zoals je bent. En het kan nooit iets zijn, wat ik wil. Het zal altijd zijn wat je zelf bent en wat ik zelf ben. Ik ga me niet gedragen als in een examen. Ik ga juist heel erg zijn wie ik ben, ik ga helemaal los, ongeacht jouw verwachtingen. Je mag meedoen met me, graag zelfs, of desnoods niet. Maar in geval van ‘niet’ zal het voor altijd ‘niet’ zijn. Ik ga alleen honderd procent voor jou als jij honderd procent voor mij gaat. Pas als jij kunt sterven voor mij, kun je leven voor mij.

Elke seconde zal ik leven vanuit de openheid, vanuit de leegte. Om ontvankelijk te zijn voor wat is en komt. In welke situatie dan ook, in welke relatie dan ook. Misschien betekent dit ‘het afleggen van wat kinderlijk is’.

Alle verwachtingen, alle hoop, alle verdriet, alle wanhoop, alle angst – álles laten varen. En alleen leven in ‘hier en nu’.

De thema’s zullen zijn: openheid, leegte, vorm.

Dinsdag 8 april 2008 - Shunryu Suzuki (1904 - 1971)















Wil je lachen? Of huilen?
'So the secret is just to say 'Yes!' and jump off from here. Then there is no problem. It means to be yourself, always yourself, without sticking to an old self.'

'Strictly speaking, there are no enlightened people, there is only enlightened activity.'

'Our tendency is to be interested in something that is growing in the garden, not in the bare soil itself. But if you want to have a good harvest, the most important thing is to make the soil rich and cultivate it well.'

'When you do something, you should burn yourself completely, like a good bonfire, leaving no trace of yourself.'

'Zazen practice is the direct expression of our true nature. Strictly speaking, for a human being, there is no other practice than this practice; there is no other way of life than this way of life.'

'Take care of things, and they will take care of you.'

'In the beginner's mind there are many possibilities, but in the expert's there are few.'

'Life and death are the same thing. When we realize this fact, we have no fear of death anymore, nor actual difficulty in our life.'

'As soon as you see something, you already start to intellectualize it. As soon as you intellectualize something, it is no longer what you saw.'

'The way that helps will not be the same; it changes according to the situation.'

Maandag 7 april 2008 – Vasks: 'Musica Dolorosa...'

Links zie je de hoes van een cd met werken van Peteris Vasks, die ik aan je wil voorstellen (Weer dat mooie blauw, zie je dat?). Maar eerst even over een eerdere cd.
Het Pater Noster van Vasks is voor mij voortaan een herinnering, een herinnnering aan een stem, aan een geschiedenis. Niet aan een verleden. De welwillendheid en de zachte, lieve troost die de muziek hebben, draag ik naar één bepaalde plaats. Altijd, die muziek wil ik niet meer horen zónder die intentie. Met een lichte ontzetting voel ik het grote verdriet aan. Het verdriet overigens, dat alleen maar kan bestaan bij de gratie van het geluk. Want zonder besef en realisatie van geluk zul je nooit verdriet kunnen peilen. En andersom: denk niet dat je ook maar iets voorstelt als je niet geleden hebt.
Het Pater Noster streelt je gezicht, blaast zacht koelte in je gezicht, is liefkozing, waaraan je je mag overgeven. Het is een gebed, sterker: hét gebed. Het je richten tot ‘onze Vader’, en dat is niet ‘ons paps’. ‘Onze Vader’, dat is de grond van jouw leven, van jóuw geluk en ongeluk. Degene die je zacht mag aanspreken, tot wie je je gezichtje mag opheffen. Degene, die in jouw verdrietige en lijdende ogen ‘de heerlijkheid’ ziet die jij echt bent. En hoe die heerlijkheid via allerlei gekte en verdwazing en verdwaling zijn weg vindt, nee: jóuw weg. Jij bent die verdwazing, ‘Ik weet het allemaal even niet meer...’. Helemaal goed.
Ik heb jouw heerlijkheid gezien, de schoonheid, waar je zo naar verlangt dat iemand anders het je in je gezicht zegt. Het gebed, het Pater Noster, legt je die woorden een beetje in de mond. ‘Uw wil geschiede’, wéés de heerlijkheid die je bent, aanvaard om te beginnen je verdwazing, maar zie je verdwazing als ‘sprake’ van je heerlijkheid, van het vernederde in je, van het geschonden kleintje. Het kleintje, dat zo mooi en zo groot is.
Wat ik heel mooi vind in het Pater Noster is de zin: ‘Van U is de heerlijkheid’. Dat zijn woorden die als gebaar tot tranen roeren. Want het betekent dat je jouw heerlijkheid, hoe geschonden en vertrapt ook, vleit tegen die van ‘Vader’. En jouw heerlijkheid veilig stelt in de zijne. En dat betekent dat als jouw heerlijkheid wordt afgelegd er protest komt in ‘de hemel’, want de heerlijkheid is ‘van U’, ook mijn heerlijkheid is veilig bij ‘U’. Onaantastbaar dus, onvervreemdbaar en wachtend op openbaring.
Nogmaals Vasks: Musica Dolorosa, by Peteris Vasks, was completed in 1983, shortly before the death of the composer's sister, to whose memory this work is dedicated. The work has become Vasks most known and frequently performed composition to date. The composer called this composition "my most tragic opus where there is no optimism, no hope, only pain". The work starts with mournful melodic lines, plucked notes in the low strings resembling heartbeats. The music gradually grows in its intensity reaching an astonishing climax, chaotic and dissonant. Perhaps the strongest musical gesture is introduced in the last section of the piece: a wailing cello solo, full of personal lament.

Dit is het lied wat ik zacht en troostend wil brengen – brengen.
Brengen.

Zaterdag 5 april 2008 - Herbert Grönemeyer: 'Ruhe...'














Nehm meine Träume für bare Münze,
schwelge in Phantasien,
hab mich in dir gefangen,
weiß nicht wie mir geschieht,
wärm mich an deiner Stimme,
leg mich zur Ruhe in deinen Arm
halt mich, nur ein Bißchen
bis ich schlafen kann...

Zaterdag 5 april 2008 - Prof. dr. Otto Duintjer: 'De waarheid zoekt jou...'

Ook al weten we vaak niet wat ‘de’ zin van ‘het’ leven is, in ieder geval biedt het leven gelegenheid om te leren. En bij al wat er te leren valt, kan er weinig zo belangrijk zijn als te leren leven. Dit leerproces is in het geding bij ‘spiritualiteit in het dagelijkse leven’. Uit eigen ervaring en uit de grote spirituele tradities kunnen de contouren zichtbaar worden van een te leren spirituele levenshouding.

‘Waarheid zoekt jou meer dan andersom’

De Nederlandse filosoof Otto Duintjer heeft het niet zo op denkers die boekenkasten vol kletsen. 'Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen', vindt hij samen met Ludwig Wittgenstein. Slechts enkele inzichten wil hij aan het papier toevertrouwen. Een van de belangrijkste is dat het menselijk bewustzijn iets universeels heeft. Duin tjer keert zich daarmee tegen het vooroordeel dat ons bewustzijn geheel met taal en cultuur zou samenvallen.

Professor Otto Duintjer (1932) is een filosoof die niet gelooft dat je de meest wezenlijke waarheden kan vinden door ze te zoeken. Eerder zoeken die waarheden jou, ondervond hij. Zo kwam hij begin jaren vijftig, tijdens zijn theologiestudie aan de Vrije Universiteit, tot de ontdekking dat hij niet meer kon geloven, terwijl hij nooit had gezocht naar een breuk met het geloof. En zo waren ook de mystieke ervaringen, die hij eind jaren zestig had, niet iets waar hij bewust naar op zoek was geweest. ,,Ik kreeg antwoorden op iets waar ik nooit naar gevraagd had.''

Filosofen zoals Duintjer zoeken naar de waarheid, luidt het cliché. Maar Duintjer vindt niet alleen het woord 'zoeken', maar ook het woord 'waarheid' problematisch. ,,Het lijkt mij beter als je dat woord helemaal weglaat uit ons gesprek'', zegt hij. Toch luidt de titel van zijn jongste boek 'Onuitputtelijk is de waarheid'.

,,Over die titel heb ik ook lang zitten aarzelen'', zegt hij. ,,Het had wat mij betreft ook 'Onuitputtelijk is de werkelijkheid' kunnen heten.''

Ondanks zijn aarzelingen lijkt het ondoenlijk om het woord 'waarheid' geheel te vermijden. Als bovendien iemand iets over dat woord kan zeggen, zou je denken, is het Duintjer. Van 1970 tot 1987 was hij hoogleraar kennisleer en metafysica aan de Universiteit van Amsterdam. Vanaf 1987 tot aan zijn emeritaat in 1997 had hij daar de opdracht filosofie en spiritualiteit. Tegenwoordig is hij betrokken bij de Stichting Filosofie Oost-West. Waarom zou hij dan niet iets over waarheid zeggen?

Duintjer: ,,Omdat de term 'waarheid' gewoonlijk heel anders wordt gebruikt. Filosofen reserveren het begrip doorgaans voor beweringen die wel of niet waar kunnen zijn. Maar de zaak die ik ermee aanduid, is een openbaarwordingsproces, iets dat er telkens weer voor zorgt dat we wat te horen, te zien, te voelen en te overwegen krijgen.''

Dit openbaarwordingsproces gaat volgens Duintjer aan het aanleren van een taal en cultuur vooraf. Daarmee gaat hij in tegen een trend in de filosofie. De filosofie van de laatste eeuw heeft zich vooral geconcentreerd op wat Duintjer talig bewustzijn noemt.

Duintjer: ,,Dat heeft waardevolle inzichten opgeleverd, maar intussen luidt het vooroordeel dat het menselijk bewustzijn niets anders is dan dit talige bewustzijn. Met mensen die met andere begrippenkaders en taalvormen zijn opgegroeid, zou je dan eigenlijk geen bewust contact kunnen hebben.''

,,Wat ik hier tegen inbreng, is dat taal en cultuur zélf bewust worden aangeleerd: je leert het terwijl je bij bewustzijn bent. Zo kan een kind bijvoorbeeld een onderscheid maken tussen de geluiden die door pappa en mamma gemaakt worden, en de geluiden van de auto en de stofzuiger.

,,Het primaire bewustzijn is wat ons allen verbindt, wat een verstandhouding tussen culturen mogelijk maakt, en waar een bron van een menselijk ethos te vinden is. Met dit primaire bewustzijn bedoel ik iets heel breeds wat je tegenwoordigheid van geest zou kunnen noemen. In het Engels wordt dat awareness genoemd: we merken op dat er iets aan de gang is, om je heen, en in jezelf. Dit bewustzijn lijkt op een open ruimte waarbinnen allerlei verschijnselen zich kunnen manifesteren.

,,Het spirituele aspect in dit verhaal gaat om wat ik 'levensbeaming' noem: je aanwennen om je zoveel mogelijk te openen voor hetgeen dat die dag aan het licht zal komen. Een van de situaties waarin we dat herkennen is 's ochtends vroeg als je wakker wordt. Je ziet aankomen aan het begin van de dag dat opstaan minstens met zich mee zal brengen dat je het een en ander te ervaren, te zien, te horen en te voelen krijgt. Maar wat er aan je bekendgemaakt zal worden, dat weet je niet. Daar kun je bang van worden.

,,Dan kun je ofwel kiezen om ten volle tot je door te laten dringen wat je geopenbaard wordt. Of je kunt in een van de twee valkuilen terechtkomen: de ene is verslaving, de andere verdringing. De manier van leven waarbij je probeert om je zoveel mogelijk open te stellen voor de werkelijkheid, noem ik 'levensbeaming'. En dat is het soort spiritualiteit waar ik over schrijf.

,,Voor zover mijn denken een religieuze dimensie heeft, is het de eerbied voor het manifestatieproces. Dat vind ik het grote mysterie. Als je 'ja' zegt tegen het leven, dan merk je gelijk ook dat er in het leven een heleboel dingen zijn waar je 'nee' tegen moet zeggen. Het betekent dus niet dat je alles wat zich manifesteert moet toejuichen of voor lief nemen. Je moet je realiseren dat je altijd, iedere keer, maar een gedeelte, een aspect, van de werkelijkheid te zien krijgt. De mogelijkheid dat je je vergist blijft er altijd.

,,Ook ik kan het dus bij het foute eind hebben. Maar als het gaat om dat soort uiterste dingen, zoals het manifestatieproces, daarvan kan ik mij niet voorstellen hoe ik me daarin zou kunnen vergissen. Want eigenlijk gaat het om uiterst eenvoudige, bijna tautologische en onweersprekelijke dingen die ik bedoel te zeggen. Waarheden als koeien dus eigenlijk. Laat ik het dan zo zeggen: we worden met werkelijkheid geconfronteerd, maar tegelijkertijd kunnen we inzien dat we de werkelijkheid altijd maar ten dele te zien krijgen.''

Onuitputtelijk is de waarheid / druk 1
O. Duintjer

ISBN 9055732850
Trouw, 19 november 2003

Vrijdag 4 april 2008 - 'Sta op...'

Als je niet meer weet wat je kunt of moet doen, is het misschien goed om stil te staan bij wat je wilt doen. Want in dat laatste vind je jezelf. Als je alles loslaat, werkelijk alles, dan houd je jezelf en God over. Als je inkeert tot jezelf, als je volkomen stil wordt, dan kom je op de plaats vanwaaruit je kunt zijn en handelen.

Dat zie je aan Elia, in het verhaal van 1 Kon. 19. Hij vlucht weg van alles en iedereen. Alleen blijft hij over. Hij gaat stil liggen onder een boom, zo is hij aan het einde. Maar dat blijkt het einde niet te zijn, eerder het begin. Het wordt stil óm hem heen en daarna ook ín hem. En als hij alsmaar stiller wordt, en alsmaar meer de dingen uit handen geeft, dan ontstaat de stilte waarin hij God kan horen. En God fluistert: ‘Sta op, sta op’. Het is altijd dezelfde boodschap van troost: 'Kom maar, sta op. Ik wil het...'.

In die stilte ontstaat ook de zekerheid van het begin. 'Dit wil ik en dit kan ik doen. En om mijn keuze te realiseren staat me dit-en-dat te doen'.

Doe het dan zacht en in de stille gerustheid van je keuze en je overtuiging en in de kracht van je zwakheid en kwetsbaarheid. Dat is de weg. Niets om je voor te schamen.

Woensdag 2 april 2008 – Bonhoeffer: 'Geen religie...'

Bonhoeffer zegt dat de tijd van de religie voorbij is. ‘Wir gehen einer völlig religionslosen Zeit entgegen; die Menschen können einfach, so wie sie nun einmal sind, nicht mehr religiös sein.’ ‘Die Religionslosigkeit des mündig gewordenen Menschen. “Gott” als Arbeitshypothese, als Lückenbüsser für unsere Verlegenheiten ist überflüssig geworden.’ (WE (DBW 8), 557)

De gedenkdag van Dietrich Bonhoeffer is op 9 april.

Nu ga ik voor de duidelijkheid even chargeren. Veel mensen denken over God als over een grote tovenaar in de hemel, de ‘macht’ in ‘de hemel’ die alles kan en alles weet en die alles bestuurt. Op een of andere manier vatte Bonhoeffer deze gedachte op als ‘religie’. Religie dus als de binding – het ‘te maken hebben met’ – deze macht. Bonhoeffer wijst erop, dat wetenschap en techniek deze gedachte onmogelijk hebben gemaakt. Daarom wijst hij deze gedachte over God af: zó is God niet. God is geen ‘Lückenbüsser’, geen gaten-vuller. Wat bedoelt hij daarmee? Veel mensen hebben de gewoonte om ‘de macht’ die zij niet snappen ‘God’ te noemen. Als mensen het uiteindelijke antwoord op de vragen van hun leven niet kunnen vinden, dan vullen ze op die lege plek ‘God’ in, bij gebrek aan beter. Die lege plek, dat is ‘het gat’ waar Bonhoeffer over spreekt. Deze ‘religie’ kan vandaag de dag niet meer en kon eigenlijk nooit. Vandaar de opmerking dat de religie voorbij is.

Hij beschouwt religie als een historisch bepaalde en voorbijgaande menselijke uitdrukkingsvorm. Zij bezit geen toekomst in een wereld die mondig geworden is. De arbeidshypothese ‘God’ is overbodig geworden nu de mens geleerd heeft in alle belangrijke vragen met zich zelf in het reine te komen.

De westerse cultuurgeschiedenis tekent hij als ‘eine grosse Entwicklung, die zur Autonomie der Welt führt.’ De wereld is mondig geworden, erkent Bonhoeffer dan, met een term waarmee hij aan Kant refereert.

Feitelijk is onze conditie zo, dat wij ons niet meer kunnen verschuilen achter een autoriteit (‘Vormund’) die voor ons spreekt. Wij zullen zelf het woord moeten nemen, of we het willen of niet.

Bonhoeffer komt op basis van deze cultuuranalyse tenslotte tot een theologische inschatting van onze situatie. ‘So führt uns unser Mündigwerden zu einer wahrhaftigeren Erkenntnis unserer Lage vor Gott. Gott gibt uns zu wissen, das wir leben müssen als solche, die mit dem Leben ohne Gott fertig werden. Der Gott der mit uns ist, ist der Gott der uns verlässt. (Markus 15, 34).’

Eén van de belangrijkste eigenschappen van God is voor Bonhoeffer zijn ‘onmacht’. En dat is een moeilijke sprong. Want God is toch juist ‘machtig’? Hij ‘kan’ alles, Hij ‘stuurt’ alles, kortom: ‘alles’ is in zijn hand. Dat ben je geneigd te denken.

Nee, zegt Bonhoeffer, zo is het niet. Hoe dan wel? "Onze verhouding tot God is geen 'religieuze' verhouding tot het hoogste denkbare, machtigste, verhevenste wezen", schreef Bonhoeffer. "Onze verhouding tot God is een nieuw leven, gericht op het 'er zijn voor anderen', deelnemend aan het bestaan van Jezus." God is voor Bonhoeffer niet het hoogste denkbare, machtigste, verhevenste wezen. Want zo’n wezen bestaat niet.

Waar vind je God dan wel, volgens Bonhoeffer? Alleen in Jezus Christus. Alles wat je over God kunt zeggen, moet je aflezen aan Jezus. Je hoeft alleen maar te kijken. Met je hart. Alleen met je hart, met een zuiver hart, met een leeg en toebereid hart. Als je kijkt met de blik van de westerse consument, dan zie je Jezus niet en dus God ook niet. Die houding moet je dus afleren (dat mág je althans...).

En als je goed en stil en liefdevol naar Jezus kijkt, dan zie je wie Hij echt was: lijdend aan het boze, het verkeerde, het ‘niet-goede’ in onze wereld. En zo lijdend is dus ook God, weggewerkt uit de wereld. Niks machtig, helemaal niet ‘almachtig’, maar vervolgd, wéggewerkt tussen aarde en hemel, aan het kruis.

En met déze Jezus mag jij meedoen, je mag ‘achter’ Hem aan op zijn weg. En dat is de weg van de liefde (maar dat is weer een heel ander verhaal...).

Grote sprongen. Dit zijn de grote lijnen van Bonhoeffers denken.

Dinsdag 1 april 2008 – 'Zacht zijn...'

Mild zijn. Zacht zijn. (Op de foto: Sartre en De Beauvoir).

‘Wat ben jij er op uit om zuiver te blijven, mijn jongen! Wat ben je bang je handen vuil te maken. Mijn handen zijn vuil. Tot aan de ellebogen. Ik heb ze gestoken in drek en bloed. En wat dan nog? Verbeeld jij je dat je onschuldig kan regeren?’ (Hoederer in ‘Main sales’, ‘Vuile handen’)

‘Vuile handen’ is een relatief onbekende en weinig gespeelde tekst van Jean-Paul Sartre uit 1948, die verrassend actueel is. ‘Vuile handen’ vertelt het verhaal van de 23-jarige zelfbenoemde idealist Hugo Barine, actief lid van de partij. Hij besluit dat een moord op de kersverse partijleider Hoederer de ultieme kans is om trouw te bewijzen aan zijn idealen en om en passant als held de geschiedenis in te gaan. Makkelijker gezegd dan gedaan. Hoederer blijkt een vriendelijke man met wie hij meer overeenkomsten heeft dan hij dacht en ook op zijn vrouw Jessica maakt Hoederer grote indruk. Tòch is er iets dat Hugo ertoe drijft Hoederer te vermoorden. Wat is er die dag gebeurd? En waarom zit de partij twee jaar later achter hem aan?

‘Vuile handen’ gaat over het verlangen naar gerechtigheid tegen beter weten in. Over de ondraaglijke keuzevrijheid van de mens. Over de huichelarij van de politiek en over de tragiek van een man die een volstrekt zinloze heldendaad verricht.

Er is meer dan zijn: doen. Daar wil Levinas uiteindelijk naar toe. Ik ‘kijk’ door te doen, ik ervaar door te doen, ik leef door te doen, ik voel door te doen. Ik verblijf in mijn ‘doen’. Ik ben te vinden in wat ik doe. Dat is wat Nishida Kitaro zegt.

Vrij dingen kunnen doen. Vrijheid is ‘kunnen’. ‘Zijn’ is ‘doen’. Niet het beeld dat ik van mijzelf heb, is belangrijk, maar de daden die ik doe en de gevolgen daarvan. Mijn verantwoordelijkheid dus en niet mijn narcisme.

Soms kan de ander een gevangenis zijn, soms kan je denken een gevangenis zijn, soms kunnen je idealen een kooi zijn met gouden tralies. Je kunt je handeling kwijt raken. Je ruimte, je vrijheid van keuze, je vrijheid van spreken. Je mag dan niet zeggen wat je wilt, wat er is.

Ik wil het niet eens uitstaan voor het goede doel. Daar moet ik veel te veel voor geven. Het kost ons te veel.

Zondag 30 maart 2008 - 'Verlangen'

Het laat zich niet ‘regelen’, ‘maken’ of ‘organiseren’. Helemaal ongrijpbaar. In onmacht en vertwijfeling grijpen mensen er soms naar. Iemand zoekt het onder tranen. Omdat ze misschien onbegrepen weet hebben van het geheim, alsof ze het achterwaarts benaderen of er juist achterwaarts en blind van weg-dolen.

Mama initialiseert in en voor het kind de dimensie, het register van het verlangen. Zij zet de dynamiek van het verlangen als het ware ‘aan’. En vanuit de oedipale situatie ontwikkelt het verder, tot het ontplooid is. Het lijkt wel – ik probeer het als leek! – alsof er geen andere plaats is waar dit register in het leven van het kind, van de mens komt. Een tweede kans lijkt er niet te zijn. Huiver. Toch nog eens secuur Freud en Lacan hierop nalezen en overdenken.

Maar: hóe doet mama dat (niet)?

Het laat zich alleen ‘verlangen’, het láát verlangen. Alleen het verlangen ‘meet’ het ondoorgrondelijke. Die twee zijn correlaat en alleen die twee. In het hooglied – zie blog van gisteren – komen ‘liefde’ en ‘dood’ naar voren. Misschien kun je dat paar vervangen door ‘verlangen’ en ‘het ondoorgrondelijke’.

Het is – dus!! - niet begrijpbaar, het is ‘niets’, het is een ‘gat’, ergens, ‘une rupture’, een scheur in het zijn, de opening naar het oneindige, het ontwijkt alles en het neemt alleen genoegen met ‘verlangen’. Maar ook andersom: het verlangen laat alles links liggen behalve dat éne. Het is ‘niets’, maar oneindig sterk en roepend. Zoals de sirenen riepen naar Odysseus. Als hij zich niet had laten vastbinden aan de mast van het schip was hij zéker overboord gesprongen, tot diep in het dodenrijk.

Vanuit de ‘openheid’ waaruit het komt wordt mijn verlangen – ‘ik’ – duizendvoud gewekt. Alleen als jij je toevertrouwt en overgeeft aan de weg, je denken uitstelt, en pas dán tot mij komt, heeft het enige zin. Daarom hef ik de ogen van mijn hart op tot het ‘oneindige’, open en kwetsbaar. De stem uit het oneindige roept. En eerst begrijp je het niet, je hóórt het niet eens, het is net alsof het oor nog geboren moet worden. Maar het wórdt dan ook geboren. (Na zijn verlichting meldde Boeddha dat ‘het oog was geboren’.)

Het wijst in de richting van het ondoorgrondelijke. Zou gelatenheid een keuze kunnen zijn in het gezicht van het ondoorgrondelijke? Elke duale verhouding is gevaarlijk en verstikkend.
Als jij ‘mij’ wilt uit jezelf, dan... En als ik voor jou een samentreffen met het ondoorgrondelijke ben, dan... Waarom zou ik mij geven en loslaten en laten zijn voor jou? Echt ‘le petit mort’?

Zaterdag 29 maart 2008 – 'Het hart is het laatste dat oud wordt...'

Deze tekst gaat over ‘veerkracht’, in het engels ‘resilience’, komt van het Latijnse ‘resilio’: terugkomen, terugspringen, ‘verder’. En dus over het boek van de psychoanalytica Polly Young-Eisendrath (foto).

Het grote boek van Sartre heet ‘Het Zijn en het Niets’. En het gaat ergens over. Alles wat er is, alles wat je weet, alles wat je kunt aanwijzen, dat heet ‘Zijn’. Maar ik – en jij... – we zijn mensen. Ik val niet onder de categorie ‘Zijn’. Ik ben geen exemplaar van een soort, jij ook niet. Ik ben geen ‘ding’; een ding ‘is’ alleen maar wat het is, ingesloten in zichzelf, ‘en soi’ zegt Sartre. Maar ik – en jij – ‘zijn’ er in zekere zin ‘nog niet’. ‘Wat ik ben, dat ben ik niet. Wat ik niet ben, dát ben ik,’ zegt Sartre. Ik ben een ‘nee’ tegen het botte zijn. En in dat ‘nee’ zit de wil om te ‘worden’. ‘Pour soi’, zegt hij.

Er is een plekje in je beleven, in je leven, waar dat wat er is je beweegt. Nog een keer lezen: 'dat wat er is' beweegt je. Dat gebeurt op de grens van 'Zijn' en 'Niets', zoals Sartre het noemt, daar waar je het 'zijn' aanpakt om het te veranderen, daar waar je 'wordt', daar waar de 'beweging' begint, daar waar je naar buiten komt, ex-isteert. En in die hele nieuwe sfeer die je dan ontdekt, waar je in terechtkomt - geen 'Zijn', maar eigenlijk 'Niets' (vanuit 'Zijn' bekeken...) - ga je jezelf 'worden'. En dan herhaalt zich de eerste levenskreet van de baby, maar dan anders. Die plek waar 'dat wat er is' jou beweegt, noemen we 'hart'.

En dat is het gevecht, the struggle for life, de inspanning om te 'worden', de ‘conatus essendi’, zegt Spinoza. ‘In de krijgskunst heeft sterven voor je meester grotere verdienste, dan het neerslaan van een vijand,’ kun je lezen in de Hagakure, het handboek van de Samurai. Deze zin kom je vaak tegen in de Hagakure: ‘"When your own heart asks," is the secret principle of all the arts. It is said that it is a good censor.’
En in hoofdstuk 10 staan de mooie zinnen:
If in one's heart
he follows the path of sincerity,
though he does not pray
will not the gods protect him?
What is this path of sincerity?"
A man answered him by saying,
"You seem to like poetry. I will answer you with a poem.
As everything in this world is but a shame,
death is the only sincerity.
It is said that becoming as a dead man in one's daily living is the following of the path of sincerity."

Doodsverachting? Juist niet. 'De liefde is sterk als de dood,' wist het Hooglied al. Er is dus een strijd - niet van leven op dood - maar van liefde op dood... het hart is de echte strijder. 'Volg de weg van je hart - als je durft...,' zegt de Hagakure. Echt moed ligt in het gaan van de weg van je hart.

Het oude handboek van de Samurai, de Hagakure, ademt die sfeer van de strijd. Hagakure (In de schaduw van gebladerte) is een handboek voor de samurai-opleiding, dat bestaat uit een serie korte anekdotes en overdenkingen die inzicht en onderricht bieden in de ware geest van Bushido – de Weg van de Krijger. Hagakure beschrijft een geesteshouding die ver afstaat van ons ‘moderne’ pragmatische appèl op ons mens-zijn, door te benadrukken dat Bushido een 'Weg van Sterven' is. Alleen een samurai-adept die elk moment bereid is vrijwillig te sterven, kan volledige trouw zijn aan zijn Heer.
Aanvankelijk was Hagakure een geheime tekst, slechts bekend aan de krijgsvazallen van het Hitzen-leengoed waartoe de auteur Yamamoto Tsunetomo behoorde. Later werd deze tekst erkend als de klassieke uiteenzetting over het gedachtegoed van de samurai en beïnvloedde vele opeenvolgende generaties, tot op de dag van vandaag. In het Westen kreeg Hagakure grote bekendheid door de recente film 'Ghost Dog, the Way of the Samurai' van Jim Jarmusch.

Yamamoto Tsunetomo (1659-1719) was een samurai-adept van de Nabeshima-clan, Heren van de Hitzen-provincie. Hij werd boeddhistische monnik in 1700, nadat de sjogoenale regering de praktijk van tsuifuku - zelfmoord van een adept bij de dood van de Heer – had verboden. Hagakure is gedicteerd aan een jongere samurai tijdens een zeven jaar durende relatie.

Wie is in jouw leven 'de Heer'? Wie is je toevlucht?

Een scene uit de speelfilm Rocky Balboa (vandaag met Ap gekeken!), over een vechter die voor een zwaar gevecht staat:
‘I’m scared to death. The world is a mean and nasty place. And I don’t care how tough you are, it will beat you down to your knees and keep you there permanently if you let it. Niks is zo hard als het leven zelf. You or me or nobody is gonna hit as hard as life, but it ain’t about how hard you hit, it’s about how hard you get hit and keep moving forward, how much you can take and keep going forward. That’s how winning is done. Now, if you know what you’re worth, then go on and get what you’re worth. But you gotta be willing to take the hits en niet anderen aanwijzen als schuldigen als je niet bereikt wat je wilt. Zolang je niet in jezelf gelooft, heb je geen leven.’

Dat is de spirit van de Hagakure. En van Sartre, van Spinoza. En ook van Zen, ten diepste: niet opzij gaan, met open ogen leven en méér als het moet... En je ziet de dingen alleen goed als je kijkt met je hart, zei A. de Saint-Exupéry al in het fameuze boekske 'Le petit prince'.

Ik ga hier niet veel over zeggen nu. Met name in Soto-Zen concentreer je je op de oer-kracht van je leven, ‘ki’, die voor het eerst naar buiten barst als de pasgeborene ‘vecht’ voor zijn leven. Het leven vecht ‘in’ het kind, en dat blijft zo. Die wil en die kracht, die ‘ki’, zeggen de Zen- en Tao-meesters huist nog altijd in je. Rocky Balboa – die mafkees – noemt het ‘the beast in the basement’.

De psychoanalytica Polly Young-Eisendrath schreef een mooi boek met de titel: ‘The Resilient Spirit: Transforming Suffering Into Insight and Renewal’. ‘Resilient’ betekent: ‘veerkrachtig’. Over dat boek ga ik het later nog eens hebben.

Vrijdag 28 maart 2008 – Krishnamurti: 'Choiceless awareness...'

Zolang ik niet ben waar de Weg leidt, zolang zal ik onbegrepen lijden. En het ergste aan lijden is ‘het onbegrepene’. Wie niet weet, kan niet goed zijn en zal dus lijden.

Want ik kan en durf niet in één keer de sprong te maken in of óp de Weg. Ik kán het niet, omdat ik het niet weet. En ook omdat er van alles aan me hangt, omdat mijn ‘awareness’ nog niet van mezelf is. Hardhandig gepreoccupeerd soms door allerlei andere dingen. Pas in een bepaalde fase van lijden daagt het besef van de echte schuilplaats in mijn leven.

En daar ben ik dan nog niet natuurlijk. Stilte is de weg. Stilte is het leven in ‘nichtunterscheidender Weise’. Heb een boek gevonden met een bloemlezing van teksten van Krishnamurti: ‘Choiceless awareness. A selection of passages for the study of the teachings of J. Krishnamurti.

Over een paar dagen ben ik jarig. In 1956 werd ik geboren op de Eerste Paasdag. Ik ben dus geboren. Alles wat ik bij me had toen ik werd geboren, ben ik nog. Dezelfde belofte die ik als pasgeborene had en die elk nieuw mens hééft, heb ik nóg. Daar kan immers niemand iets van af doen. En ik ben nog steeds geboren. Eenmaal geboren, altijd geboren. De overgang van niet-zijn naar ‘zijn’ gemaakt en ontvangen. ‘Zijn’ is daarmee onvervreemdbaar. En de belofte die inherent lijkt aan ‘geboren worden’ en ‘zijn’ draag ik nog steeds met me mee.

Kodo Sawaki (1880-1965) schrijft ergens: ‘Als je Zazen doet, ben je volkomen nieuw en ben je jezelf’. Dat is toch helemaal de situatie van de baby? En die situatie is toch niet veranderd? Het zal wel niet kloppen wat ik nu zeg, maar: is de initiële situatie van een mens ‘choiceless awareness’? En als het nou niet zo is: wat is ‘choiceless awareness’ dan wel? Is ‘choiceless awareness’ de ‘weg van de hemel’. zoals het taoisme dat zegt? Of is ‘choiceless awareness’ de ‘mens zonder rang’, zoals Rinzai dat noemt?

Sawaki zegt: ‘... je bent volkomen nieuw’. Dat is toch de situatie van de baby? Van jonger dan een half jaar...?

Trouwens, heb zojuist kamermuziek van Toru Takemitsu (1930-1996) ontvangen. Daar staat het weergaloze nummer Rain Tree Sketch op, gemaakt voor Olivier Messiaen. Helemaal fijn.

Donderdag 27 maart 2008 – 'Er is geen morgen...'

Alleen maar nu...

Heb vandaag tig versies opgezocht van ‘You are so beautiful’. En nu luister ik pianosonate Opus 28 Pastorale van Beethoven. Ook genoten van delen van Raymonda van Glazoenov, het ballet over de twee mannen die streden om het hart van één vrouw. De egoisten, zou Freud denken. En nu hoor ik Sjostakovitsj.

‘Seid wie Kinder, die im Regen und Schnee spielen

Einmal unterwies der Meister jemanden: "Ich werde mit dir nicht über den Geist reden, mit dem man religiöse Enthaltsamkeit praktiziert, sondern lieber den Weg aufzeigen, deine Energie im täglichen Leben einzusetzen."

Dann sagte er: "Egal, was du planst, handle ohne Überlegung, sobald deine Ideen auftauchen. Es ist ein Fehler zu glauben, dass du später noch handeln kannst. Dasselbe gilt fürs Reisen. Wenn du das Gefühl hast, irgendwo hingehen zu sollen, dann mach dich auf den Weg. Denke nicht, du könntest das auch später noch tun. Erinnere dich zum Beispiel an das Gefühl deiner Kindheit, wie du im Regen und Schnee spieltest und dachtest: ‚Ah, was für ein Spaß!' Wenn du mit allem in solch nichtunterscheidender Weise umgehen kannst, wird dein Geist unendlich leicht werden." Mooi.

Als je zo leeft, heb je alles achter je gelaten. Dan zit je aan niets meer vast. En zo is het dus.

Even wat anders. Als je kiest, heb je geen idee, geen idee van wat er staat te gebeuren. Je kunt hoogstens wat vermoeden en zo. Maar ‘een idee hebben’ – nee, denken dus ook niet. Dat zei Anneke een keer tegen me. En niet alleen Anneke, trouwens. Geen idee hebben, niet meer kunnen of willen denken. Trof deze tekst aan in een blog: “Why have we overlooked these important points for so long?” In reply I referred to the phrase now in such common use: “Life has become so complex.” In my opinion we have here the crux of the whole matter, and I venture to predict that before we can unravel the horribly tangled skein of our present existence, we must come to a full STOP, and return to conscious, simple living, believing in the unity underlying all things, and acting in a practical way in accordance with the laws and principles involved.”

Anneke zei dinsdag: ‘Dat is bij jou wel behoorlijk hard gebeurd’. En dat geeft inderdaad reliëf aan een geschiedenis. Full stop. Hee, wat vind je van deze: ‘Fool stop...’. Vind ik zoooo leuk... Trouwens, welke versies van ‘full stop’ kun je bedenken? Grappig dat je ook nog een gewone ‘stop’ hebt. De ‘full stop’ komt helemaal aan het eind. Maar waarom kan de ‘full stop’ niet aan het begin komen? Dat wil Zen eigenlijk. Na een ‘stop’ kun je gewoon op de oude voet verder gaan. Na een ‘full stop’ is er geen verder meer. En toch wel.

Want anders krijg je 'oneindig maal niets'. En daar komen 'duizenden werelden' van. En dan is er niets zo nodig als een 'full stop'. Au!

Even iets tegen Heidegger zeggen: ‘Wat is nou de echte ‘full stop’. Had je eigenlijk wel gelijk met ‘Sein-zum...’? Hoe heb je dan tegen Sein aangekeken? Wat heb je aangezien voor ‘Sein’?’
Zo, klaar.

Heb je de hele ‘Kunst der Fuge’ van Bach weleens beluisterd? En dan de echte, onaangepaste versie. Het werk breekt ineens af, midden in een zin. Een zin, een zin-geving, een zin-volheid. Het breekt gewoon af. Wat is er gebeurd? Bach was aan het werk aan zijn meesterwerk, maar moest het werk laten liggen wegens een dodelijke ziekte. Wat je dus hoort in de Kunst der Fuge is de dood. Zó gaat die te werk...

Nou, wat is nou de échte ‘full stop’? Het is niet wat je denkt dat het is. a. je moet het niet denken; b. beleven kun je het niet, je kunt het niet ‘tot je nemen’. Want anders is het geen ‘full stop’.

Interpunctie maakt een tekst leesbaar. Want zónder is het een brij zonder begin of eind, kun je er geen voor en achter aan vinden.

Wat gebeurt er na een ‘full stop’? Nou, even niks. Bewegingsloos. ‘Zit bewegingsloos in concentratie als een machtige berg’. Die raad geeft Dogen in Zazengi (1200-1253). Zazen is niet zomaar zitten. Het is veel serieuzer dan je zo 1-2-3 zou denken. Stilte wacht op je. En dat kun je niet anders bereiken dan door te stoppen, door los te laten. Het sleutelwoord is ‘loslaten’. Maar je kunt niet alles loslaten. Je bent zo gehecht aan al die gedachten, al die constructies die je in stilte honderdduizend keer maakt, zegt Kierkegaard ergens.
Probeer het maar eens. Laat het eerst maar komen en wuif het dan maar na. Gewoon, doe eens een experiment. En ophouden met denken dan, gaan naar ‘gene zijde’ van het denken. Doe maar even alleen maar leven, ‘just be there’. Weet je hoe eng? En hoe moeilijk?

Het gebied aan gene zijde van het denken waar de belangrijkste beslissingen vallen, is het gebied dat al eeuwen lang het onderwerp van het taoisme is. Het is het gebied van de ontspannen overgave. Het is het gebied waar de river ‘his own flow’ heeft. En het is ook het gebied waar het leven – in het gunstige geval – de mens naartoe leidt. Het heeft te maken met het kromme dat niet recht gebogen kan worden en het ontbrekende dat niet geteld kan worden. Het is ook het gebied waar de vreselijke pijn in het bestaan komt die niet begrepen kan worden, omdat hij ook niet begrepen kan worden. Daarom is wat wij hebben ook zo bijzonder, omdat het begonnen is in dat gebied. Ik durf er niet aan te denken wat er van je wordt als je daar niet gehoorzaam aan bent. Als je jezelf niet dáár laat zijn, als je je dáár niet aan toevertrouwt.

De vraag is hoe het leven je er naartoe leidt. Ik denk doordat je geconfronteerd wordt met de dood, of anderszins met een groot verlies aan zin. Als je hele ‘projet’ in Sartreaanse zin je uit handen geslagen wordt. Het leven drijft je dan hardhandig daar naartoe. Waar naartoe? Naar de ‘full stop’. En als gevolg van de ‘full stop’ heb je niets meer over, ben je alles kwijt. Gelukkig maar.

En het komt alleen tot vervulling in en met de ander. Het lijkt wel alsof het niet gaat om de ander, maar om Het Andere, het gebied wat in Tao bedoeld wordt. Het leven is altijd goed, als je daar maar trecht komt, alleen of samen.
Elke relatie lijkt een kans te zijn, een kans om samen levend daar te komen en om daar veilig te zijn. Als ik bereid ben om met jou daar te gaan, dan doe je er goed aan om die kans aan te grijpen. Nee, niet grijpen, maar dankbaar en stil aan te nemen. Het heeft er alles van dat het gebied alleen ‘the "paired way"’ bereikt kan worden.
De weg wacht op jou, op jullie. Niet andersom, dat is barre onzin. Het is niet zo dat ‘jij’ mijn bestemming bent. De weg is mijn bestemming, dáár moet/mag ik zijn.

Het is een bijzondere ervaring om te merken dat ‘hier en nu’ echt alleen maar het enige referentiepunt is. Het gaat op den duur werken als een oriëntatiepunt. Zoiets als Ockham’s razor: wat niet eenvoudig en elegant gerelateerd kan worden aan de ervaring van ‘hier en nu’ wordt eenvoudig weggegooid, niet serieus genomen, überhaupt niet genomen. Geen dingen meer denken of zeggen die in de grondervaring geen plek kunnen hebben.

Kun je iets met deze bricolage?

In honore P.

Zondag 16 maart 2008 – Madonna: 'Jump...'

Eén van mijn favoriete nummers van Madonna (woont in West 1, de wijk Maidenville in Londen) is tot heden: ‘Jump’ uit de Confessions Tour. Stel je het volgende voor. Je hebt een baan bij een groot warenhuis. En eigenlijk heb je het wel gezien. Je wilt echt wat anders. Je gaat naar iemand toe en je vertelt het verhaal. En ook dat je eigenlijk al wat anders hebt gevonden. Als je dan weggaat bij degene aan wie je het verteld hebt, zegt deze tegen een derde: ‘She is ready to jump’, je bent er helemaal klaar voor om te veranderen. En zo kun je nog tig voorbeelden noemen: je leeft in een situatie, die je wilt veranderen, het kost moeite en risico, maar je wilt beslist en je gaat het gewoon doen. ‘You’re ready to jump’. (Met dank aan Joost voor de uitleg van de term). Tussen haakjes: moest even denken aan Petrus die over het water wilde gaan lopen. He was ready to jump. Toch?

Nu Madonna. Stukje tekst:

There’s only so much you can learn in one place
(dus je moet verder gaan)
The more that I wait, the more time that I waste
(je verspilt door niet verder te gaan)

I haven’t got much time to waste, it’s time to make my way
I’m not afraid of what I’ll face, but I’m afraid to stay
I’m going down my own road and I can make it alone
I'll work and I'll fight, Till I find a place of my own

Are you ready to jump?
Get ready to jump
Don’t ever look back, oh baby
Yes, I’m ready to jump
Just take my hands
Get ready to jump!

De muziek moet je zien op YouTube (koptelefoon!):

‘Jump’ is urban-uitdrukking. In urban taalgebruik is ‘jump’: ‘a surprise or planned fight, when either (a) one individual is attacked/beaten by a group of 2 or more individuals or (b) when a notiably larger group attacks/fights a smaller group of individuals. These fights can occur with or without any kind of valid reason to jump someone. Vooral dus: a onesided fight.

Veranderen. Bij alles wat je zegt en denkt en doet: ‘hier en nu’. Dingen anders gaan doen, vooral als het ‘nu’ niet meer leuk is, of voldoening of vervulling geeft. Stilstaan is in dat geval achteruit gaan. Voordat je gaat veranderen zet je alle dingen (welke?) op een rij. Levensveranderende processen en keuzen.
Apart dat in de wereld van Zen de martiale kunsten en het gevecht zo’n rol spelen. Over de moed van de Samurai en de ‘weg van het hart’. Merk dat ik de neiging krijg om dingen die niet voegen gewoon af te wijzen. Negeren, geen aandacht aan geven. Want dat leidt af van de concentratie. Verspilling van tijd en energie.
Kierkegaard noemde het geloof een ‘sprong’. Er is geen geleidelijke overgang, geen gemakkelijke stap van a naar b. Een sprong, even zwevend in niets. Niets. Het gaat via ‘Niets’, via ‘Nothingness’. En hoe weet je of je de goede sprong neemt? Weet je niet, daarom is het precies een sprong. Maar als je gesprongen hebt en het blijkt niet goed te zijn, spring dan nóg een keer, en nóg een keer. Wég uit wat je leven schade doet, bréék ermee. ‘Nee’ zeggen. Moet je dan geen consideratie hebben met wie en wat je achterlaat? Jazeker wel. Maar neem niet het leven van anderen over. In elke situatie kan ik niet meer zijn en doen dan waarachtig zijn en doen. En vooral schreeuwen wat er is. Want anders weten de anderen niet waar zij aan toe zijn. Indien nodig kunnen zij ook veranderen, desnoods ‘springen’. Out of the box denken.
Are you ready to jump? Ready? Vroeg me af waarom dit thema me zo boeit. Ineens schoot het me te binnen. Guess...: 2004, 2006. ‘Ben je klaar voor de sprong?’. Het woord ‘sprankelen’ is verwant aan ‘springen’. Een sprong heeft iets sprankelends. Springen is sprankelen.

Zaterdag 15 maart 2008 - Madonna: 'Time goes by... Have you confessed?'

Time goes by... so slowly
Time goes by... so slowly
Time goes by... so slowly
Time goes by... so slowly
Time goes by... so slowly
Time goes by... so slowly

Every little thing that you say or do
I'm hung up
I'm hung up on you
Waiting for your call
baby night and day
I'm fed up
I'm tired of waiting on you

Time goes by so slowly for those who wait
No time to hesitate
Those who run seem to have all the fun
I'm caught up
I don't know what to do

Time goes by so slowly
Time goes by so slowly
Time goes by so slowly
I don't know what to do

Every little thing that you say or do
I'm hung up
I'm hung up on you
Waiting for your call
baby night and day
I'm fed up
I'm tired of waiting on you

Every little thing that you say or do
I'm hung up
I'm hung up on you
Waiting for your call
baby night and day
I'm fed up
I'm tired of waiting on you

Ring, ring, ring goes the telephone
The lights are on but there's no-one home
Tick tick tock it's a quarter to two
And I'm done
I'm hangin' up on you

I can't keep on waiting for you
I know that you're still hesitating
Don't cry for me
'cause I'll find my way
You'll wake up one day
But it'll be too late

Every little thing that you say or do
I'm hung up
I'm hung up on you
Waiting for your call
baby night and day
I'm fed up
I'm tired of waiting on you

Every little thing that you say or do
I'm hung up
I'm hung up on you
Waiting for your call
baby night and day
I'm fed up
I'm tired of waiting on you

Every little thing (Every little thing)
I'm hung up
I'm hung up on you

Waiting for your call (Waiting for your call)
I'm fed up
I'm tired of waiting on you

(instrumental)

Time goes by... so slowly
Time goes by... so slowly
Time goes by... so slowly
Time goes by-

So slowly, so slowly, so slowly,
So slowly, so slowly, so slowly,
So slowly, so slowly, so slowly,
So slowly, so slowly, so slowly,
So slowly, so slowly, so-

I don't know what to do

Every little thing that you say or do
I'm hung up
I'm hung up on you
Waiting for your call
baby night and day
I'm fed up
I'm tired of waiting on you

Every little thing that you say or do
I'm hung up
I'm hung up on you
Waiting for your call
baby night and day
I'm fed up
I'm tired of waiting on you

Every little thing (Every little thing)
I'm hung up
I'm hung up on you

Waiting for your call (Waiting for your call)
I'm fed up
I'm tired of waiting on you

(Fade until clock ticking)

Zaterdag 8 maart - Jeroen Witkam – 'Gods heiligheid...'

'Het woord 'heilig' is niet zo gemakkelijk te omschrijven, het is een oerwoord dat je niet kunt terugbrengen tot andere woorden of categorieën. Het woord 'heilig' is een woord dat direct op God zelf teruggaat.
Het woord 'heilig' is langs twee kanten benaderbaar. Het is benaderbaar langs de kant van de afscheiding (de etymologie van het Hebreeuwse woord duidt ook op die betekenis) en langs de kant van heelheid (waar juist de Nederlandse etymologie op duidt). God is de Heilige en daardoor afgescheiden, of beter: wij zijn afgescheiden van God. Maar we zijn geroepen tot heiligheid, tot de oorspronkelijke heelheid, in verbondenheid met God.
Er is sprake van scheiding: het profane leven behoort (nog) niet bij God, het participeert niet in de heiligheid van God. Dit is de betekenis volgens de Hebreeuwse mythologie.
Het Hebreeuwse woord 'kadosj' begint met een emfatische (nadrukkelijke) 'k' die alleen Semieten kunnen uitspreken; het is een heel zware 'k'. Dan volgt een zachte 'd' en ten slotte een sisklank 'sj': 'Kadosj'. Het is als het ware een golfslag die begint met geweld, met een soort explosie, en die daarna zachtjes uitvloeit. Een prachtig beeld wanneer je denkt aan het visioen van Jesaja, van de serafs die 'Heilig, heilig, heilig' zingen (Js 6,3). Eerst een geweldige knal waarna het zachtjes uitstroomt.
Het Nederlandse woord 'heilig' heeft, naar zijn grondbetekenis, iets te maken met heil en heelheid, in die zin dat het om een alomvattendheid, een totaliteit gaat.
Het is interessant dat je in de twee talen twee totaal verschillende etymologieën aantreft die elkaar op een andere manier toch aanvullen.
De Duitse godsdiensthistoricus Rudolf Otto spreekt in zijn boek Das Heilige van 'tremendum et fascinosum'. Deze twee liggen ongeveer op dezelfde lijn: het afschrikwekkende en het boeiende, fascinerende.
Het is heel treffend wanneer je in het boek Exodus (Ex 19-20) het verhaal leest van de verschijning van God op de berg Sinaï. Je ziet daar twee bewegingen. Het wordt heel pakkend beschreven: de theofanie (godsopenbaring) wordt aangekondigd met de opdracht voor Mozes het volk te heiligen. Het volk moet zich voorbereiden op de verschijning van God. Maar die voorbereiding houdt tevens in dat er afstand is. Er wordt een terrein afgebakend: het volk moet op afstand worden gehouden en op een bepaalde plaats blijven staan. Mozes heeft daarbij de grootste moeite. Het volk is zo gefascineerd dat het de berg wil opstormen, want het wil in contact komen met de heiligheid van God. Dan zegt God tot Mozes: dat kán niet, dat kost hun het leven. Ze zouden sterven als ze zomaar, onvoorbereid, de heiligheid van god tegemoet snellen.
Theofanie heeft dus iets fascinerends voor de mens, maar tegelijkertijd iets afschrikwekkends: ze kan je het leven kosten.
Achteraf, wanneer God dan werkelijk verschijnt, staat in Exodus dat het volk doodsbenauwd is. Ze zeggen tot Mozes: praat jij het maar uit met God, want wij kunnen het niet aan. Ze zijn bang en blijven op veilige afstand (Ex. 20, 18-21).
'Tremendum et fascinosum': allebei die bewegingen zijn in ons aanwezig. Alles wat heilig is, is geweldig boeiend, heeft een enorme aantrekkingskracht die iedere mens op een of andere wijze voelt. Maar van de andere kant heeft het ook iets van een druk, een last die bijna onverdraaglijk is. Wij mensen bewegen ons tussen die twee spanningsgegevens: het heilige is boeiend, aantrekkelijk en tegelijkertijd zijn wij er bang voor.'

Uit: Jeroen Witkam: Onze Vader, Gebed en inwijding, Tielt 1994

Sinds 2007 heeft hij een eigen zendo in Tilburg: Zendo 'De Drie Juwelen' (http://www.tao-rabbit.nl/) , waar wekelijks gemediteerd kan worden en hij eenmaal per maand een Zazenkai leidt.

Op deze site staan de foto’s van de belangrijkste mensen in de geschiedenis van Zen in Zundert: http://www.tao-rabbit.nl (onder andere met alle foto’s; de teksten van deze blogbijdrage komen van deze site).

Witkam werd geboren te Goes in 1931. Sinds 1951 is hij monnik in de abdij Maria Toevlucht te Zundert. Hij deed bijbelstudies in Rome. Vele jaren was hij abt van zijn gemeenschap. In de jaren zestig raakte hij bekend met zen. Vanaf 1971 organiseerde hij regelmatig meditatiesessies in zen-stijl in zijn abdij, waarbij de begeleiding en inspiratie van pater Hugo Enomiya Lassalle heel belangrijk waren. In 1983 kreeg hij, in het kader van een geestelijk uitwisselingsprogramma, samen met zestien Europese monniken en monialen de gelegenheid om de Japanse zen-kloosters te bezoeken.

Witkam schreef het boek ‘The Eye Aware. Zen Lessons for Christians’. For more than twenty years, Zen sessions have been held at the abbey where Jeroen Witkam was abbot (1971). The sole aim of these sessions, according to Witkam, has been the integration of Zazen into the Christian prayer life. During these sessions, writes the author, "The ways of Zazen-emptying or the attainment of a transparent heart and mind-matched those of the Christian spiritual path. Moreover, both Christian spirituality and Zen Buddhism have at their core the principle of compassion. Both religious traditions, in combination, provide an enriched contemplative life and a fuller appreciation of the spiritual path."
Zijn leven is een zoektocht naar spiritualiteit voor zichzelf en anderen. Zijn uitgangspunt was de ontmoeting met de God van de Bijbel. Hij verdiepte zich in de vroeg christelijke mystiek van Evagrius en de middeleeuwse ‘minne’ mystiek van Bernardus van Clairvaux, Hadewych en Ruusbroec. Langs monastieke weg diepte hij deze ervaring uit. Hij gaf hier decennia lang vorm aan als abt. Deze functie stelde hem in staat om zijn ervaring in bredere kring uit te dragen in spreekbeurten en retraites in Nederland, België, Amerika, Afrika en India. Rond 1980 was hij de gangmaker bij het tot stand brengen van de monastieke interreligieuze (Oost-West) dialoog in Nederland en België. Een van de wegen om tot zelfkennis te komen, vond hij in het Enneagram. De kennismaking met Zen was een herkenning. De eenvoud, de helderheid en het diepingrijpende karakter van Zen was voor hem aanleiding om zich verder te verdiepen in deze van oorsprong Oosterse weg. Hij zocht naar mogelijkheden om anderen ook te laten delen in deze weg naar stilte. Op zijn initiatief werd in 1971 voor het eerst een zen-sesshin binnen een Nederlandse abdij geïntroduceerd. In 1970 had hij zijn eerste sessie bij Karlfried Graf von Dürckheim in Todtmoos-Rütte. (Hara yoga richting Zen). In de daaropvolgende jaren zen-sesshins met pater Enomya Lassalle van de Sanbo Kyodan school -Koûn Yamada (= Sotorichting met koans). Leerbevoegdheid van Lassalle om zelf zen-sesshins te geven, kreeg hij in 1974. In 1982 verbleef hij in diverse Zen-kloosters in Japan. Ama Samy in de Bodhi Zendo bij Ama Samy in India, die hem intensief begeleidde bij zijn Koanstudie om mensen te begeleiden bij het oplossen van koans, verkreeg hij in 2005.

Publicaties, o.a.:
Bewaak je hart 1975
Het geopende oog 1992
Gods Heilige Geest, stuwkracht tot menswording 1995
In een kring van licht 1996
De stilte van het woord 1998

Vrijdag 7 maart 2008 - Drie dagen Zundert (III): 'Bewaak je hart...'

‘You only see what your eyes want to see.
How can life be what you want it to be?
You're frozen when your heart's not open.
You're so consumed with how much you get,
you waste your time with hate and regret.
You're frozen when your heart's not open.’
In de loop van de ochtend heb ik stukjes gelezen uit ‘Bewaak je hart’ van Jeroen Witkam. Het laatste hoofdstuk gaat over ‘Leegte en volheid’. Op fraaie wijze legt hij ‘leegte’ uit als identiteitsverandering. ‘Leegte’ komt door ‘ontlediging’. En dus door gehoorzaamheid. Prachtige verwijzing naar de ‘kenosis’, de ontlediging van Christus (Filippenzen 2, de hymne op Christus: ‘... in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is’). (Trouwens, Nishitani gebruikt ook regelmatig het woord ‘ontlediging’.) Die de verandering – daar heb je het woord! – van God naar mens heeft doorstaan. God is leeg geworden van zichzelf, zegt Witkam, en heeft zo het menszijn vervuld. Ik kan het niet echt volgen, na-beleven, uit ervaring meepraten. Maar God is niet zichzelf gebleven, is mens geworden. Dat is kras gezegd. Maar wat ik wel snap dat is dat de ‘leegwording’ je brengt bij jezelf en bij de verandering en dus bij het sterven.
En een beetje vervuld van die gedachten rond het thema ‘Niets’ belandde ik in de middagdienst van 12.00 uur. Weer veel gezongen, weer stil monniken zitten bekijken. En dat buigen, alsmaar dat buigen. Iedere keer als de naam van God valt, buigen, diep buigen, en allemaal buigen. Eerst voelde ik verzet daartegen. En dat heeft lang aangehouden. Buigen? Ben je gek?

En me voortdurend afgevraagd: ‘Waar gaat dit over? Worden hier nu inderdaad de belangrijkste dingen gezegd en aangeraakt, verwezen?’. En ineens ging dat gezongen zinnetje door de kerkruimte: ‘Heer, wees mijn toevlucht...’. En daardoor ging ik denken, verder denken. Je kunt dat zinnetje heel devoot en zachtjes zeggen. Maar ik kreeg de neiging om die zin keihard te schreeuwen: ‘Wees mijn toevlucht!’. Een keihard, oorverdovend ‘Kyrie’. Dat was wat er was en dat was wat ik voelde. (Dat was dus hardheid, bedenk ik me nu met schrik. Waar was de zachtheid? Ook de aloude arrogantie kwam weer om de hoek kijken. Van die dingen kan ik me kennelijk bijna niet ontledigen... Waarom ben ik toch zo hard? Ik verschans me in ‘denken’, dat is mijn basic trust. Is het dat? Ik leef niet in mijn lijf, in mijn kwetsbaarheid of gevoeligheid.) En ik denk dat het zinvol is dat deze monniken het taalspel van deze christelijke religie levend houden, het taalspel van de nederigheid. Deze ervaring, die ik zojuist beschreef, noemt Witkam in het interview met dr. Charles van Leeuwen, met wie ik inmiddels ook contact heb. Hoe ‘leger’ je bent, hoe meer je ontvankelijk bent voor de woorden van de christelijke traditie.

Ik bedoel dit. ‘Heer’, dat is verwijzen naar wat groter en machtiger en mooier is dan ik. Dat is... buigen. ‘Heer’ heeft voor mij dan toch maar verband met het grote en weerbarstige ‘Zijn’. En dat toont zich in de ontlediging, in het leeg worden, in het stoppen met denken. Laat zich alleen benaderen in nederigheid en per se niet anders. Dan krijg je voeling met ‘Zijn’, met dat wat onder geen beding te ‘hebben’ is. ‘Wees mijn toevlucht’, dat is: neem me tot je, laat me bij je zijn, berg me in jouw veiligheid, neem me mee naar het huis dat ik niet ken. De monniken hadden al gezongen Psalm 91, over de schuilplaats van de allerhoogste en de schaduw van de almachtige. Nederigheid ten voeten uit...
Samen met ‘Zijn’, ‘Heer’ en ‘Schuilplaats’ verzachtte de schreeuw tot een gebed, tot een stil gebed, een beetje gesnikt zelfs – ik moet het eerlijk bekennen. En toen dacht ik: ‘Ja, ze zijn hier toch wel bezig met de erg belangrijke dingen’. In het boekje van Witkam wordt erover geschreven, in de diensten wordt er naar verwezen en in het naakte en kale leven wordt het benaderd. Hier ligt dus de link tussen Christendom en Zen.

En wat me al de hele tijd boeit. In de kerk zit ergens een vrouw, die zo mooi kan zingen. Met zoveel overgave, en zo echt, vanuit haar... weet ik veel waarvandaan. En wat ik nog wil zeggen: hoe kun je God benaderen? (De hardheid en de arrogantie zijn nog steeds niet weg... Madonna zingt: ‘Love is a bird, she needs to fly. Let all the hurt inside you die. You're frozen when your heart's not open’. Misschien is het ‘the hurt inside me’...) Zijn er nou goede en nog betere vormen van benaderen? (Pas op: dit is weer de makkelijke weg van de hoogmoedige hardheid!) Doen deze monniken het op de beste manier? Is this the way it is done? Or what? Doe ik het stiekem niet veel beter? Diep nadenken en metafysische constructies en epicycli bedenken en ‘muddle through’? Nee, eenvoudig beginnen is beter. (Dit is allemaal ‘denken’ en geen ‘beleven’.) Alleen maar ‘Zijn’. In rijen van iets meer van tien tegenover elkaar gaan zitten en dan eenvoudig woorden en strangen van zinnen zingen. In heen en weer, in beurtzang. Krakende mannenstemmetjes. (Pas toch op met die arrogantie!) Nergens is de stiekeme grensovergang tussen God en mensen. God is alleen benaderbaar – ten dele – door de stilte, door de poort van de stilte, die leidt tot de weg van de liefde. Het is niet anders. Zo werkt het nou eenmaal in de christelijke traditie. Smokkel is niet mogelijk, zei Kierkegaard al. Er is alleen maar de koninklijke weg naar God, naar ‘Zijn’, naar ‘whatever’. En die weg begint hoe dan ook in ‘nu’. In mijn bestaan nu, met jou en mij, nú. Maar altijd in nu en anders is er geen weg. En is liturgie de enige nadering tot God? Nee, zegt Levinas, de ethiek is de nadering tot God. Alleen je daden, ethiek, ‘werken’ zegt Benedictus, doen het, je woorden en gevoelens allemaal niet zo. Leuk, kunnen we dát óók nog gaan uitzoeken. De monniken doen niks anders dan bidden en werken en daarmee is het allemaal gedaan, zeggen ze. Bidden tot God en werken in de wereld. Bidden, dat is ‘stilte’, en werken, dat is wat daarná komt. Maar je mag de stilte ‘meenemen’ de wereld in, je leven in, naar jou. Als ik stil ben voor jou, dan kan ik je ontvangen en bewonderen en respecteren, liefhebben dus.

Pater Bruno heeft uitgelegd dat gastvrijheid hoort tot de spiritualiteit van de Bene- dictijnen. Je moet altijd de deur open hebben, want Christus kan aan de poort verschijnen. En dan is het niet goed als je deuren dicht zijn.

Vanavond in de vesper was 1 Kor. 12 het laatste deel de lezing. Heb een fors deel van de dag gemediteerd over ‘Zijn’, hoe abstract en vaag het ook klinken mag. En over ‘Heer, wees mijn toevlucht’. Daarop aansluitend kwam dan nog ‘En ik wijs je een weg die nog hoger voert’. De weg omhoog, de hoge weg, de weg waar we zo naar verlangen kunnen. Die mooie en zware weg, de weg van en naar het ‘Zijn’ dus. Dat is de weg vanuit de leegheid, naar de vervulling toe. Dat is de weg waarop je leert dat je de belangrijke dingen alleen maar ten deel vallen in het ‘ontvangen’, en niet in het ‘nemen’. Eerst ontvangen, dan aannemen.

Heb vervolgens stevig nagedacht over de vraag of ik een zazen-bankje moest kopen en een matje. Dan zou ik iedere morgen voor het weggaan een half uur kunnen zitten in stilte. Het kernwoord hier is ‘stilte’. De stilte die de poort is naar omhoog misschien. In de stilte ligt de weg omhoog. Of misschien moet ik zeggen: In de stilte toont zich de weg omhoog. (Hardheid en zachtheid spelen me parten...).

Zojuist de completen meegemaakt. Klaarmaken voor de nacht: in vrede en rust. Het is kennelijk de bedoeling om in vrede en rust te vertoeven in de schaduw van de almachtige. Als ik terugkijk op deze dagen, dan voel ik dat eeen klooster een plek van confrontatie is tussen jou en God, met ‘Zijn’ dus (klinkt lekker vaag, he?), je wordt echt een enkeling voor God. En dan moet je echt denken aan die twee kanten van de zaak: jij wordt eenling en verbijsterend eenzaam én teruggeworpen op jezelf. En aan de andere kant God. En dat heeft dan toch iets te maken met ‘Zijn’. Als Levinas in bepaalde toonaarden zegt dat God je roept, dan kun je misschien zeggen dat je tot ‘Zijn’ geroepen wordt en bent. Om te delen in het ‘Zijn’. En als ik dat zo zeg, dan heeft dat behoorlijke existentialistische bijgeluiden. Ik moet eerlijk gezegd ook wat aan Jaspers denken. En aan Rosenzweig ook!

Het is waarschijnlijk belangrijk dat je er ‘bent’, dat je je verwortelt in ‘Zijn’. Het belangrijkste en urgentste is je ‘zijn’. Dat is het beginpunt van je bestaan. Bestaan, dus. Vandaar het belang van zazen: je eerst realiseren als ‘zijnde’ mens. Het aparte van zazen vind ik dat je je gedoe, je leven reduceert tot alleen maar ‘zijn’. Je nadert in zazen de grens van zijn en niet-zijn. En die ervaring had ik al opgedaan in het zitten. En niet alleen in zazen! remember? En dat is eigenlijk geen kleinigheid.

Op een of andere manier moet je als bezoeker van de kerkdiensten een verhouding zien te vinden tot ‘Zijn’. En ‘Zijn’ wordt in symbolen benaderd, het wordt ‘half’ benaderd, niet op volle kracht en in zijn kale puurheid, want dat zou je niet goed bekomen. Het feit dat die benadering alleen maar ten dele kan en ten dele gegeven is, maakt het aan de andere kant ook mogelijk dat je eraan voorbij leeft. En dat je dan ten diepste ontworteld leeft, hoewel je dat waarschijnlijk ook weer niet ‘hard’ kunt maken. Een mens die niet geworteld en bevestigd is in zijn ‘Zijn’ staat niet stevig, ‘is’ er eigenlijk niet, ‘is’ niet echt en eigenlijk, en wordt ten prooi aan alles wat langs komt. Hij is als bewogen door alles wat er langs komt. Onstandvastig, onzeker ten diepste. Wie liefheeft, is geworteld in ‘Zijn’. ‘Wie liefheeft, is uit God geboren’, zegt de eerste brief van Johannes. Dat leer je hier en dat zo met de blik op buiten het klooster.
En wat is dan liefde? Het (met) elkaar brengen tot ‘Zijn’, denk ik. Het was bijzonder dat in de vesper de lezing was uit 1 Kor. 12, dat dan toch maar eindigt met die mooie woorden: ‘Ik wijs je een weg die omhoog voert’. En dan komt de ode aan de liefde. Liefde en ‘Zijn’ hebben met elkaar te maken. Is liefde dan dat je elkaar het hoogste geeft wat er is, namelijk ‘Zijn’? Is liefde de gift bij uitstek? De enige echte gift is dat je je leven geeft, je ‘Zijn’. Al het andere is handel, ruil, ik geef iets opdat jij iets geeft. Een gift is heel bijzonder en ik mag die woorden ook niet naar beneden halen, want dit is eigenlijk te hoog om te vatten. Of is liefde het geven van het geven, het geven van de gift?
Als je de woorden ‘Heer, wees mijn toevlucht’ in de mond neemt, dan zeg je eigenlijk: ‘Ik wil zo graag ‘Zijn’.’ En dat is het eigenlijke antwoord op de directe nadering van de dood in je bestaan. Misschien is de enorme strijd met en om deze woorden wel te verstaan tegen de achtergrond van de confrontatie met de dood. En ‘Zijn’ is eigenlijk op een of andere manier ook het antwoord op de confrontatie met de andere mens. Alleen als we samen kunnen ‘Zijn’, dan is ons samenleven goed en de moeite waard en mooi vooral. ‘Zijn’ komt tussen jou en mij. ‘Zijn’ wil in mijn leven de kern zijn, maar ook in het zijn van jou en mij samen. In zekere zin geldt voor jouw leven namelijk hetzelfde als voor het mijne, denk ik: jij wilt en mag ook ‘Zijn’. Dus als we elkaar ontmoeten, dan moet volgens mij dat gegeven in jou en in mij ook ‘tussen’ ons verdisconteerd worden. Ons ‘tussen’ mag het ‘Zijn’ noch in jou noch in mij kleineren of schaden.
De liefde en het leven met de ander kan alleen iets worden als het leven eerst begonnen is en geleefd is met verankering in ‘Zijn’. Wat ik nog niet weet is of je tot ‘Zijn’ komt alleen of alleen samen? Is de ander de weg tot Zijn, of niet? Binswanger zegt: ja, Heidegger zegt: nee. Ik weet het niet. Ik denk: ‘Zonder jou had ik niet geleefd’. En ik huiver.
Nog lang niet leeg...

In het verschiet ligt de waarschijnlijk lange weg van de nederigheid, van ‘de minste’ zijn, het leven en spreken vanuit zwakheid en kleinheid. In het besef van de hoogheid die over me is...
Bidden. En werken. Aan nederigheid. Ik zou niet weten hoe dat anders moet dan via bidden, véél bidden, en werken.

Donderdag 6 maart 2008 – Drie dagen Zundert (II): 'Onthechten en één worden...'

Het is merkwaardig om te merken dat overtui- gingen tot ‘niets’ kunnen worden. En dat dan vanuit het ‘niets’ op een eigen manier en tempo ‘alles’ komt. Hoe meer je loslaat, hoe meer dingen er in beweging komen. Dat is kenmerkend voor de Cisterciënzer spiritualiteit: de mens is een affectief wezen, een wezen dat zich hecht om te kunnen leven. En die gehechtheid aan allerlei dingen en allerlei mensen belet je om één te worden in jezelf. En dát moet je eerst worden, en pas dán kun je er zijn voor anderen. Hoe simpel kunnen de dingen zijn. En hechten, dat is eigenlijk: je veilig voelen. Als je je veilig voelt bij iemand, dan blijf je daarbij. Dat is een menselijk mechanisme. Daarmee geef je kinderen de basis voor hun bestaan, door ze ‘basic trust’ te geven. Maar je moet misschien het hechten opgeven, en tóch de veiligheid behouden. Voor die klus sta je als opgroeiend mens. Want je kunt niet altijd bij papa en mama blijven. Je moet/mag/wilt/kunt de wijde wereld in, met je eigen verlangen. Sommige mensen zijn op hun 50e nog steeds bij papa en mama – zonder het te weten. En als je het wél weet, dan nóg legt dat mechanisme je in de luren. Want vóór alles wil je veiligheid. En wel direct en nu en altijd en helemaal, zo werkt ‘het onbewuste’. En als je dus niet goed op je spirituele tellen let, ga je op een kinderlijke manier afhankelijk leven, héchten, leven op kosten van een ander. En dat willen de Cisterciënzers niet, je mag zelfs niet hechten aan God. Helemaal lós van alles, zoveel mogelijk lós, zelfstandig, op je eigen benen. ‘Waar zijn je eigen benen??!’ Dat is de belangrijkste vraag die je jezelf én de ander kunt stellen.
Maar, dat onthechten en één worden – da’s de klus. En daar komt Zen in beeld: want dat is precies wat Zen zegt. Er ligt dus een directe link tussen de Cisterciënzer manier van leven en Zen. Vanmorgen dus eerst zazen gedaan. De zendo was nog half donker, het was nog vroeg, zeg maar. Eén voor één komen de broeders binnen en gaan zwijgend zitten. En blijven dan zitten. Ook ik dus: alleen maar gezeten en alles laten komen zoals het kwam. En op dit punt moet ik even inhouden, even stilstaan. De ervaring van zazen bracht de realisatie van ‘alleen maar zijn’. Er was even ‘niets’ over. Wie me kent, weet waar me dat aan deed denken. Nooit gedacht dat die ervaring me op deze afgelegen plek zou overkomen. En dat was de verrassing van deze dagen eigenlijk. Ik ging naar de trappisten om te zien hoe Zen in Zundert kwam, en ik werd geconfronteerd met mezelf. Het was dezelfde ervaring als die van Kerst 2004 en 6 juli 2006. Alleen maar vragen om ‘zijn’.
Daarna de morgendienst van 8.00 uur meegemaakt. Tijdens de dienst bekroop me een enorme twijfel. Ik zag die mannen zitten en zingen en teksten te berde brengen. De relevantie van dat alles kon ik helemaal niet plaatsen.
Intussen is het bijna 11.00 uur in de ochtend. De monniken die ik vanmorgen zag in de dienst met hun pijen aan en verzonken in gebed lopen nu als gewone mensen over de paden die hier van het ene gebouw naar het andere leiden.
‘Is dit nou leven?’, dacht ik toen. En ergens kon ik wel recon- strueren hoe de teksten van die mannen rond het wezenlijkste cirkelden. Ik moest toch weer aan de grenssituatie van de dood denken, die je in zazen benadert, omcirkelt. Het bestaan in dit klooster is zo gereduceerd tot er alleen maar zijn, in de meest kaal denkbare entourage. Alles is zo sober. Je doet hier niets anders dan ‘zijn’. ‘Niets’ is er hier meer over van de drukte van het leven, van de hectiek, van de sores. Er is hier ‘Niets’, in de letterlijke zin. En dan vanmorgen de zazen. Zitten in ‘Niets’. En het is juist al het andere dat het leven soms te verdragen maakt. In die zin vond ik de kloosterlingen wel hard: ze trotseren het naakte bestaan. Alles is weg, ‘niets’ is er over. En toen bedacht ik me later: eigenlijk zou je het ‘Niets’ moeten kunnen meenemen in ‘Alles’.
Zazen en Zen komt eigenlijk neer op zoeken naar ‘Niets’. In de verte klinkt Lacan mee: zoeken naar ‘de vrouw’. Het wezen van de vrouw is ‘Niets’, zegt Lacan. De vrouw heeft ‘Niets’ te verbergen. En dat is natuurlijk niet denigrerend bedoeld.
In het klooster heerst eigenlijk het ‘Niets’. In het gedenkboek van 100 jaar trappisten in Zundert zag ik een korte uitleg van het woord ‘habijt’ staan. Dat woord komt van ‘habitus’, van ‘habitere’ = wonen. Een monnik woont in zijn habijt. Met andere woorden: hij woont in zichzelf. En verder in ‘Niets’. Er ‘is’ verder ‘niets’. En vanuit dat ‘Niets’ komt het leven. De uitgangen van het leven zijn uit het hart en de uitgangen van het hart zijn vanuit het ‘Niets’, vanuit het ‘ondoorgrondelijke’ (zegt Lau Tzu en Zhuang Zu). En eigenlijk is dat de situatie van de mens, de conditio humana.
Uit de bibliotheek heb ik het boekje ‘Bewaak je hart’ gekregen door de voormalige abt van Zundert Jeroen Witkam. ‘Het is genoeg om God te eren met ademen,’ schijnt hij ooit gezegd te hebben. Dat vertelde althans één van de andere aanwezigen hier. Ik begin een contrast te voelen tussen ‘Niets’ en ‘Alles’. Hoe meer ‘niets’ er is in je, hoe meer er ‘alles’ kan zijn. En dat moet dan de volgorde zijn. Terugtrekken uit de wereld, terugtrekken uit de dingen, loskomen van alles, steeds verder ‘naar binnen’ als het ware. Jeroen Witkam schreef het boekje ‘De weg naar diepte-inkeer’. En daar gaat het over.
We hebben de eucharistie gevierd. We hebben met elkaar in de kring gestaan. Elkaar de groet van Christus gegeven: ‘De vrede van Christus zij met u’. En daarna werden we allemaal een beetje stil.

Vanmiddag gaat Andrew me in de zendo voordoen hoe je moet zitten. Aan een paar andere mede-gasten heb ik het verteld en die willen ook mee-kijken. De stilte is een poort, zei Andrew. We hebben les gehad in zitten. Rechtop zitten, op een bankje, op een matje. Schouders ontspannen, want alle ellende van je leven en lichaam komt via de schouders naar buiten. Ga in je schouders zitten. Ik zat wel goed, maar de schouders moeten meer hangen, meer naar beneden. Verder voelde ik vanmorgen tijdens de meditatie ook wel het balanceren en het evenwicht zoeken. Maar, inderdaad, waar het om gaat is het vinden van de stilte en het in de stilte blijven. Het luisteren dus, het vernemen van wat er is. Gewoon alleen maar ‘zijn’ op je bankje. Niets bijzonders doen, daar zitten, en dan misschien later weer terug komen.